|Uitvaartondernemers vaak onduidelijk over de uitvaartkosten

Uitvaartondernemers vaak onduidelijk over de uitvaartkosten

By | 2018-09-13T10:58:39+00:00 7 september 2018|Nieuws|

De Consumentenbond heeft een onderzoek gedaan naar de uitvaartkosten die de uitvaartverzorgers hanteren. Uit dit onderzoek bleek dat uitvaartverzorgers geen duidelijke informatie geven over de uitvaartkosten.

De Consumentenbond voerde het onderzoek zelfstandig uit onder 180 uitvaartverzorgers verspreid over heel Nederland. De bond vroeg aan de ondernemers om een vragenlijst in te vullen over de prijzen die ze hanteren. De vragen gingen onder meer over het basistarief en de prijzen voor aanvullende uitvaartdiensten, zoals de verzorging van een overledene, de opbaring, het vervoer, het drukwerk en het gebruik van de condoleanceruimte en de aula.

Slechts 20 uitvaartverzorgers werkten mee

Van de 180 benaderende uitvaartverzorgers vulden slechts 20 de vragenlijst in. De andere 160 ondernemers reageerden niet of gaven aan dat ze niet mee wilden werken of dat ze geen tijd hadden. Bovendien hebben 75 van de 180 benaderde uitvaartondernemingen geen tarieven op hun website vermeld.

Grote prijsverschillen

Ook constateerde de Consumentenbond grote prijsverschillen tussen de uitvaartondernemingen. Het basistarief voor een begrafenis of crematie varieert van 985 tot 2250 euro. Een afscheidsbijeenkomst van een uur kost bij de ene ondernemer 85 euro en bij de andere 1380 en voor de prijs van een massief eiken kist hanteert de ene uitvaartverzorger een prijs van 375 euro, terwijl de ander er 1185 euro voor vraagt.

Uitvaartondernemers zouden transparanter moeten zijn

De directeur van de Consumentenbond vindt dat de uitvaartondernemers transparanter zouden moeten zijn over de tarieven die ze hanteren. Consumenten hebben al veel al hun hoofd als ze een begrafenis of crematie moeten regelen. Het zou dan prettig zijn als de tarieven overzichtelijk op de website van een uitvaartondernemer staan vermeld. Als consument weet je dan waar je aan toe bent.

Bron: Telegraaf.nl